Beschrijving druivenras

Sangiovese

Lees hier meer over het druivenras Sangiovese.

De meest aangeplante druif van Italië die vooral in Toscane schittert is een gevoelige druif die verschillende stilistische uitdrukkingen aanneemt op basis van waar het groeit.

Oorsprong

Sangiovese is een oud blauw druivenras dat zijn oorsprong heeft in Midden-Italië, met name in Toscane. Het ras werd al in de middeleeuwen beschreven en is genetisch complex, met een groot aantal klonen en lokale varianten. De naam is mogelijk afgeleid van sanguis Jovis (bloed van Jupiter), al blijft de etymologie onzeker.
Sangiovese is het meest aangeplante druivenras van Italië en vormt de ruggengraat van talrijke herkomstbenamingen. Het is dominant in Toscane, waar het de basis vormt voor wijnen als Chianti en Brunello di Montalcino, en komt daarnaast veel voor in Umbrië, Emilia-Romagna en de Marche. Buiten Italië is sangiovese aangeplant in onder meer Californië, Argentinië en Australië, vaak door producenten met een focus op Italiaanse stijlen.

Hoe de wijnen smaken

Wijnen van sangiovese kenmerken zich door een hoge zuurgraad, stevige maar doorgaans rijpe tannines en een middelzware structuur. Typische aroma’s zijn zure kers, rode pruim en viooltjes, vaak aangevuld met kruidige, aardse en soms licht balsamische tonen. Afhankelijk van herkomst en vinificatie kan sangiovese variëren van fris en direct tot complex en langdurig rijpingswaardig, waarbij houtopvoeding vaak een belangrijke rol speelt.